Stichting Werkgroep Zambia

  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

De waardering voor Chiluba

Print PDF
User Rating: / 0
PoorBest 

chilubaChiluba is in de wereldpers uitgebreid herdacht en meestal was dat uiterst negatief. De meest negatieve in memoriams waren in de Britse dagbladen. En daar spande  Victoria Brittain  in het Engelse dagblad The Guardian de kroon. Vooral het oordeel over zijn economisch beleid was vernietigend:

 

 

 

“De privatisering van de kopermijnen was slecht uitgevoerd en de invoering van een vrije markt in de economie veranderde niets aan de armoede van drie kwart van de bevolking, het was ook denigrerend”
 

Victoria Brittain was zelfs denigrerend:

 

‘Het decennium dat hij aan het bewind was, werd gekenmerkt door grote corruptieschandalen, huwelijken met twee van Zambia’s meest prominente politici en zijn opvallende voorkeur voor schoenen met hoge hakken. Hij was maar een meter vijftig lang.’

 

In deze twee citaten ligt veel besloten wat problematisch was in de herdenkingen: een slecht gevoel voor de feitelijke geschiedenis. Zijn twee echtgenotes waren politiek actief, maar het waren bij lange na niet de meest prominente politici in Zambia. Tijdens zijn regeerperiode waren er corruptieschandalen, maar de  grote corruptieschandalen kwamen pas aan het licht na zijn regeerperiode.

 

Dat negatieve beeld van de economische ontwikkeling  - namelijk dat drie kwart van de bevolking arm was- is te vinden in veel necrologieën van Chiluba. Maar hij voerde populaire economische hervormingen door zoals liberalisering van voedselprijzen en de wisselkoers.  De parasitaire instituties uit de Kaunda-periode waren voor een goed deel ontmanteld. In de tien jaar dat Chiluba president was, bleef de armoede groot en was de economische groei hortend en stotend. Hij had wel te kampen met een grote staatsschuld en lage koperprijzen die een expansief economisch beleid onmogelijk maakten. Nadat schuldverlichting was doorgevoerd in de eerste Mwanawasa periode en de geprivatiseerde mijnen in productie kwamen, ging het beter. Zonder de hervomingen onder Chiluba was dat niet mogelijk geweest.

Het in memoriam van Victoria Britain noemt de democratische verworvenheden van de Chiluba periode niet. Een in memoriam in de Daily Telegraph, een andere prominente Britse krant is daar ook zeer negatief over:

‘Chiluba verwierf al snel een reputatie vanwege het soort autoritaire tendenties dat hij in Kaunda had veroordeeld: hij ontsloeg collegas, gooide journalisten in het gevang, kocht vijanden om en pakte vijanden op.’

Dat is niet waar. Kaunda regeerde onder een wet op de noodtoestand die hem in staat stelde om zonder vorm van proces politieke tegenstanders op te sluiten. Die wet op de noodtoestand is afgeschaft en maar voor heel korte tijd opnieuw geïntroduceerd na een mislukte couppoging. Inderdaad liet hij journalisten oppakken, maar die moesten na verschijning voor de rechter onmiddellijk weer vrijgelaten worden. Er waren niet het soort arrestaties dat in de Kaunda periode gebruikelijk was na bijvoorbeeld het oprichten van een nieuwe politieke partij of zoals gebruikt tegen Chiluba en collega vakbondsleiders.

Een Duits sprekende stem uit Namibia had wel oog voor die democratische verworvenheden:

‘Onder Frederick Chiluba bloeide de vrijheid van meningsuiting in Zambia en de media werden levendiger zodat het land zich schaarde onder de beste landen in Afrika wat dat betreft. Misschien is Frederick Chiluba’s belangrijkste nalatenschap dat hij een blijvend  democratisch principe vestigde in de  Zambiaanse politiek.’

Een in memoriam voor Chiluba dat hem recht doet moet zijn verwerpelijke poging om een derde ambtstermijn te krijgen en de grootschalige diefstal van de overheid noemen. Maar tezelfdertijd zou het er de nadruk op moeten leggen dat Chiluba de geschiedenis in was gegaan als een voortreffelijk president als hij niet zijn principes verraden had. Dat wil zeggen als hij  na twee termijnen de macht had afgestaan zonder protest en als hij zijn diefstal niet ongebreideld had laten voortwoekeren. Er is in deze herinnering ook geen oog voor de bijzondere kant van deze kleine man. Deze president was een wees zonder een duidelijk schooltraject en zijn loopbaan  begon als arbeider op een sisalplantage en busconducteur. Zijn achtergrond is onduidelijk. Geen van de in memoriams noemt de rechtszaak over zijn staatsburgerschap. In 1996 was Kaunda gediskwalificeerd als presidentskandidaat op de grond dat zijn ouders geen Zambiaanse staatsburgers waren. Dit leverde Chiluba een rechtszaak op waarin geargumenteerd werd dat hij uit de Congo kwam en daarom ook niet kwalificeerde voor het Zambiaanse presidentschap.

Het opperste gerechtshof besloot in Chilba’s voordeel maar liet de zaak van zijn afkomst in het miden: in zaken van adoptie en weeskinderen valt geen duidelijk beeld te vormen van iemands staatsburgerschap. Het boeiende van de rechtszaak was dat er een ontroerend beeld van de jonge Chiluba uit kwam als iemand die vanuit de rand van de samenleving zich naar boven werkte. Hij hield volgens die getuigenissen ook erg van marihuana. Dit neemt niet weg dat hij een dief was die zijn eigen democratische principes verraadde, maar er had meer over andere dingen gezegd kunnen worden.

www. guardian.co.uk; 19/6/2011; ww.telegraph.co.uk, 19/6/2011; www. bbc.co.uk 18/6/2011; http://www.legacy.com, Associated Press not dated except 20110

;http://www.inamibia.co.na/n 18/6/2011)

 

Inschrijven Nieuwsbrief

Code: