74% van de 7-14-jarigen in kinderarbeid
Kinderarbeid komt nog heel veel voor in Zambia. Kinderen werken vooral in de familielandbouw en in het huishouden van de eigen ouders of verzorgers. 74% van de 7-14 jarigen is betrokken bij kinderarbeid. Van deze werkende kinderen gaat 75% naar school, ongeveer 4% minder dan de kinderen die niet werken. Bijna 96% van de totale economische activiteit van kinderen tussen 7-14 jaar oud is in de landbouw. Deze gegevens staan in het rapport van het onderzoeksproject Understanding Children’s Work (UCW), een samenwerking tussen ILO, UNICEF en de Wereldbank. Het rapport is in mei 2009 uitgekomen en interessant om te lezen. Druk hier voor hele rapport
Het geeft een uitgebreid overzicht van het fenomeen kinderarbeid in Zambia en de gevolgen op het gebied van gezondheid en scholing. Ook wordt gekeken naar de nationale respons en mogelijkheden om kinderarbeid te verminderen. Onderscheid wordt gemaakt tussen economische activiteiten en niet-economische activiteiten. Economische activiteiten omvatten alle productieactiviteiten, ook productie voor eigen consumptie, zoals familielandbouw. Over dit soort arbeid bestaat wetgeving. Over niet-economische werkzaamheden, zoals werken in het huishouden van eigen ouders of verzorgers is geen nationale wetgeving. Juist in dit soort activiteiten moeten kinderen, vooral meisjes, vele uren werken. Door het werk worden de schoolprestaties beïnvloed. 10% van de 9-17-jarigen (280.000 kinderen) is nooit naar school geweest. Een extra aantal, ongeveer 5% is wel enige jaren naar school geweest, maar kan niet lezen en schrijven. Kinderen die werken, blijven gemiddeld 1,5 jaar korter in school en lopen aan het einde van de basisschool ruim een jaar achter bij kinderen die niet werken. Belangrijkste reden voor kinderarbeid is armoede in het gezin.




